Hondenschool Eemsdelta

Archives juli 2023

Hier-komen, de Recall

Het belangrijkste commando om de hond te leren is naar mijn mening het commando “Hier”.
Het zorgt voor veiligheid, fijn samen aan de wandel en geen gefrustreerd roepen terwijl je hond andere dingen interessanter vindt dan jou. Belangrijk dus dat de hond naar je toekomt als je Hier roept. Dat willen we allemaal. Maar waarom is het dan voor zoveel bazen en honden moeilijk om dit voor elkaar te krijgen? En waarom wordt de Hier eerder een Help!

Wat me opvalt bij veel combinaties baas-hond is dat er vanuit de hond weinig (of helemaal geen) aandacht is voor de baas en dat de baas het moeilijk vindt om echt enthousiast te zijn wanneer de hond zijn aandacht wel richting de baas geeft. Gemiste kans!

Immers waarom zou de hond naar je toe komen als hij merkt dat er stoom uit je oren komt van frustratie, of dat je toch nog boosheid in je stem hebt als hij eindelijk aangesukkeld komt. Of omdat hij wel een aai krijgt maar dat is het dan. Zou jij dan naar jezelf toekomen in zo’n geval? Ik niet.

De grootste uitdaging voor die baasjes ligt vaak in het aantrekkelijker worden voor hun hond. Want waarom zou hij voor jou willen kiezen in plaats van die prikkel verderop? Een hond is een opportunist: levert iets hem niks op, dan zal hij voor iets anders kiezen wat hem wel wat oplevert.

Het begint natuurlijk al bij de hond als pup. Wat ik vaak zie is dat pups veel ruimte krijgen van hun baas. Lange lijn, lekker spelen, opspringen en snuffelen aan andere honden, bazen, spullen, graspollen etc. Hartstikke leuk en goed voor de socialisatie. Tenminste… als dit met bewustzijn van de baas gebeurt. Maar al die ruimte die een pup krijgt is niet zomaar goed voor hem. Het biedt hem uiteindelijk niet een veilig gevoel.

De moederhond begint in het nest al met regels en begrenzingen zodra de pups gaan lopen. En binnen die regels en begrenzingen is er heel veel liefde, respect en vertrouwen over en weer. Iedereen weet waar hij aan toe is, voelt zich veilig, geliefd en onderdeel van de roedel.

Wij zijn de nieuwe roedel voor de pup en we zijn dus m.i. verplicht aan die pup eenzelfde veiligheid te bieden als die hij in het nest gewend was te krijgen. Doen we dat niet, dan ontstaat rebellie. Zo simpel is het. Want dan gaat die pup het zelf wel even regelen.

Dus, regels en begrenzingen: nu is het etenstijd, nu is het speeltijd, nu is het rusttijd, hier mag je wel komen maar daar niet, hier mag je wel op kauwen maar daaraan niet, etc. En binnen die begrenzingen en regels spelen we met de pup, trainen we hem nieuwe vaardigheden, belonen we hem uitbundig voor wat hij allemaal al kan, laten we hem op een gecontroleerde manier de wereld verkennen, beschermen we hem voor ‘gevaar’, wandelen we en leren we hem naar ons toe te komen als we hem roepen. Of als hij uit zichzelf al naar ons toekomt belonen we hem daar uitbundig voor met een knuffel, voertjes en spelen. Niet op een hyperactieve manier, maar vanuit een kalme liefdevolle houding. Net als zijn moeder ooit. Want dan zijn we de superbaas voor ze! Waar ze graag bij zijn en naar toekomen. Dan wordt Hier ook echt een Hier!

De mythe van dominantie

Vaak horen we, in een gebied waar meerdere honden worden uitgelaten, mensen zeggen: “mijn hond is dominant hoor”. Of “nou, jouw hond is dominant zeg, mijn hond krijgt helemaal geen ruimte”. Herkenbaar??

Wat die mensen bedoelen heeft echter helemaal niets te maken met dominantie. Daarom noem ik het de mythe. Het is een misvatting die veel voorkomt en dient uitleg.
Dominantie komt enkel voor bij honden binnen de roedel en gaat over de relatie. En rangorde ontstaat als alle onderlinge dominantie-relaties zijn geregeld. Ik kom daar verderop op terug.

Wat bovengenoemde mensen eigenlijk bedoelen is brutaliteit of spelenderwijs ontdekken bij de andere hond “wie ben jij en waar sta jij?”
Honden die niet in dezelfde roedel leven, wat meestal het geval is, ontmoeten elkaar op speelplekken, losloopgebieden of op de stoep. Vaak kennen ze elkaar van eerdere ontmoetingen maar ze hebben geen relatie. Jouw hond ziet een bekende hond uit een andere roedel. Niet meer, niet minder.

Binnen de roedel bestaat dus dominantie. De hoogst geplaatste hond geeft signalen:
bijv. een hoge zelfverzekerde houding, oren naar voren, het over de snuit ‘bijten’ van een lager geplaatste hond. De lager geplaatste hond geeft signalen: bijv. lage houding, oren laag, het likken van de mondhoeken van de hoger geplaatste hond.

Onze roedel bestaat uit ons gezin (met al of geen partner of kinderen) en onze hond(en). Als het goed is staat de volwassene het hoogst in de rangorde en maakt die dat op een kalme en liefdevolle manier duidelijk aan de kinderen en aan de pup die in het gezin komt door regels en grenzen te stellen. Maar binnen de roedel zijn diverse relaties. Tussen de partners onderling, tussen de ouders en evt. kinderen, tussen de kinderen en tussen al deze mensen en de hond. In een gezin met meerdere kinderen, zijn het er dus nogal wat. Dat zijn de dominantie-relaties die vervolgens de rangorde aangeven. Die relaties worden gelegd vanuit respect en vertrouwen en niet vanuit dwang of agressie.
(o.a. bekend vanuit onderzoek door Joanne A.M. van der Borg, 2015)
Zo is het te begrijpen dat dominantie dus nooit speelt tussen vreemde honden.

Wat doen die honden dan wel op dat speelveld? Ze bootsen na, proberen uit, en meten hun krachten. In spel tussen ‘vreemde’ honden kun je dezelfde gedragingen vinden als in de roedel. Ook dan zie je honden die bek likken bij andere honden, een hogere houding aannemen dan de ander of wel even de regels van het spel willen bepalen.
En waarom er problemen kunnen ontstaan tijdens spel tussen vreemden: “ik heb geen relatie met jou, wie ben jij dan wel om mij de les te lezen”, of brutaliteit door op te springen tegen alles wat beweegt en zo de persoonlijke ruimte van de ander niet respecteren. Dan kun je een snauw krijgen. De hond die snauwt is dan niet dominant maar laat gewoon zien waar hij niet van gediend is.